“Acht jaar moest ik wachten in stilte. Waarom kunnen we niet meer verwachten van onze overheden? Waarom kunnen kinderen niet worden beschermd vóórdat het misbruik plaatsvindt?”
Die woorden sprak Mark Neil uit de Filipijnen op 15 april in Brussel voor Europese politici, die zichtbaar onder de indruk waren van zijn verhaal. Als kind werd hij acht jaar misbruikt voor livestreams, op verzoek van westerse gebruikers. Niemand greep in. Want niemand had het door. Het misbruik vond namelijk plaats via versleutelde kanalen zoals WhatsApp en Messenger.
Alleen al in de Filipijnen worden jaarlijks naar schatting een half miljoen kinderen misbruikt voor online beelden en livestreams. Mede op verzoek van Nederlanders. Volgens onderzoek van het WODC gaat het jaarlijks om tienduizenden Nederlandse mannen die online ‘seksshows’ met kinderen regisseren in landen als de Filipijnen en Madagaskar.
Al jaren werkt Europa aan nieuwe wetgeving om online kindermisbruik beter te bestrijden. Toch is er nog steeds geen definitieve oplossing en blijven deze misdaden jaar na jaar groeien. De voorgestelde wetgeving liep vast in een lobbyoorlog, zo beschreef het Nederlands Dagblad treffend. In de media krijgen vooral de privacy-lobbyisten veel ruimte, die waarschuwen dat de privacy van (volwassen) Europeanen met de nieuwe wet gevaar loopt. Hun angst is op zich te begrijpen. Wie wil een samenleving waarin overheden of bedrijven onbeperkte toegang krijgen tot onze communicatie? In allerlei media zijn deze doemscenario’s breed uitgemeten.
Soms lijkt het echter of we hartstochtelijker vechten tegen voorstellen dan voor het beschermen van kinderen. De privacy van miljoenen kinderen wordt vandaag op de ergst denkbare manier geschonden. Niet in een denkbeeldig scenario dat mogelijk een keer werkelijkheid wordt, maar op dit moment. “We zien slechts het topje van de ijsberg,” geeft het Openbaar Ministerie aan.
Miljoenen kinderen zitten nu in een nachtmerrie van misbruik voor livestreams, buiten het zicht van opsporingsinstanties. Op verzoek van Nederlanders en andere westerlingen worden zij live verkracht of moeten seksuele handelingen uitvoeren bij andere kinderen. Het gaat om tieners, maar vaak ook om kleuters en zelfs baby’s.
Volgens Europese verdragen hebben deze kinderen ook rechten, bijvoorbeeld om beschermd te worden tegen seksueel geweld. Wie verdedigt hun belangen in Den Haag en Brussel? Kunnen voor- en tegenstanders in het huidige debat echt niet tot een oplossing komen om deze extreme schendingen van kinderrechten te stoppen?
Er zijn immers meer oplossingen dan het scannen van chats. Zo kunnen fabrikanten beschermingsmaatregelen inbouwen die voorkomen dat beelden van kindermisbruik worden gemaakt of gedeeld. Die bescherming kan in het besturingssysteem van een telefoon of computer worden ingebouwd. Zo maak je het ontwerp zelf veiliger, zonder dat een externe instantie meekijkt of automatisch rapporten ontvangt. Op die manier lopen mensen niet het risico onterecht in een ‘dadersdatabase’ terecht te komen.
Dat techbedrijven bescherming inbouwen op onze telefoons en computers tegen malware, spam en virussen vinden we vanzelfsprekend. Waarom eisen we niet dat ze dat ook doen om kinderen te beschermen tegen misbruik? De wettelijke verplichting van autogordels stuitte aanvankelijk op grote weerstand, maar nu vinden we het logisch om op die manier levens te beschermen. Als op de digitale snelweg miljoenen kinderen voor het leven beschadigd raken, moeten we wellicht iets aan het ontwerp van onze apparaten doen.
Voor de duidelijkheid: dit raakt niet alleen kinderen in verre landen. In Brussel was op 15 april ook een Vlaamse vrouw aanwezig die haar eigen zoon verloor. Nadat hij slachtoffer was geworden van online seksueel misbruik, pleegde hij op 16-jarige leeftijd zelfmoord. Volgens recent onderzoek krijgen jaarlijks ruim 700.000 Nederlandse jongeren te maken met online seksueel misbruik of online seksuele intimidatie. Dit probleem aanpakken betekent je kinderen in je eigen woonplaats, straat of gezin beschermen.
De tijd dringt. Elke seconde worden wereldwijd tien kinderen misbruikt met behulp van technologie zoals webcams, schatten onderzoekers van de Universiteit van Edinburgh. Het is niet uitzonderlijk dat kinderen jarenlang vastzitten in online misbruik; hun hele kindertijd verdwijnt. Intussen discussiëren wij over wat nodig is om hen te beschermen.
Recent gaf de minister van Justitie antwoord op vragen van Kamerleden over online kindermisbruik. Zij waren geschokt dat het Openbaar Ministerie zo weinig zaken van online kindermisbruik in beeld krijgt. In de antwoorden van de minister zie ik geen maatregelen die deze zeer alarmerende situatie wezenlijk veranderen. Mijn hoop is dat er in het Nederlandse en Europese Parlement veel ‘bijtertjes’ opstaan, volksvertegenwoordigers die niet loslaten voordat er wetgeving komt die kinderen effectief beschermt.
Gertjan de Jong is lead media affairs bij International Justice Mission Nederland. Een kortere versie van dit artikel verscheen in het Nederlands Dagblad.