Doña Berta ziet er kalm uit terwijl ze op een stoel zit in een hotel, verscholen in de bergen van El Salvador. Ze kijkt uit over het groene landschap om haar heen. “IJM geeft mij het gevoel dat er voor mij wordt gezorgd,” zegt ze glimlachend. “Bijna alsof ik verwend word.”
Het is de eerste keer in haar leven dat ze ooit in een hotel verblijft. Ze is gekomen om andere survivors te ontmoeten tijdens de eerste National Survivor Gathering in El Salvador. Dankzij haar warme persoonlijkheid had ze al enkele vriendschappen gesloten. Met een stralende glimlach begint ze haar verhaal te vertellen.
“Mijn naam is Berta Alicia Espinoza en op 29 april 2026 word ik 64 jaar oud. Mijn leven heeft altijd in het teken gestaan van de zorg voor anderen: ik zorg voor mijn familie, ik zorg voor mijn huis en wanneer ik kan, zet ik mij ook in voor mijn gemeenschap.
Toch besteed ik het grootste deel van mijn tijd aan mijn gezin en mijn huishouden. Mijn man is ziek. Hij heeft diabetes, nierfalen en verschillende andere gezondheidsproblemen. Na bijna veertig jaar samen vind ik het moeilijk om hem alleen te laten.
Jarenlang werkte ik in de timmerwerkplaats van mijn man, waar ik hout schuurde en verniste. Vroeger werkte ik daar fulltime; tegenwoordig help ik alleen nog af en toe. Daarnaast ondersteun ik nu en dan het drinkwaterproject in El Amatillo door meterstanden op te nemen en waterrekeningen rond te brengen.
Wij wonen op grond die ons geschonken werd na de aardbevingen van 2001. We hebben vijf kinderen, allemaal zonen, en zes kleinkinderen. Met timmerwerk verdien je niet veel geld, maar genoeg voor tortilla’s en bonen. Voor mij is geluk eenvoudig: eten op tafel hebben en vrede in huis.
Getekend door afwezigheid
Wat ik nooit heb geaccepteerd, nooit, is mishandeling. Al op jonge leeftijd leerde ik hoe diep woorden kunnen kwetsen. Toen mijn zus en ik bij onze grootouders woonden, riep mijn grootmoeder telkens wanneer we een fout maakten of problemen veroorzaakten: ‘Jullie domme meisjes!’ Die woorden zijn me altijd bijgebleven.
Mijn moeder verliet mijn vader omdat hij nooit trouw was aan één vrouw. Zonder onze moeder kwamen mijn zus en ik bij onze grootouders terecht. Toen ook de tweede vrouw van mijn vader vertrok en twee jonge kinderen achterliet, moest ik, zelf nog een kind, samen met mijn zus voor hen zorgen. Ik groeide op zonder ouders om mij heen, en die afwezigheid liet wonden achter die mij jarenlang zijn blijven achtervolgen.
Ingrijpend trauma
Toen ik achttien werd en mijn school had afgerond, ging ik werken. Ik was ongeveer achttien jaar oud en werkte op een kippenboerderij toen een collega, een oudere vrouw die deed alsof ze mijn vriendin was, mij uitnodigde om ‘het kasteel’ te bezoeken: een groot, prachtig huis vol bloemen. Omdat ik van bloemen houd, stemde ik toe.
Die dag veranderde mijn leven voorgoed. Toen we bij het huis aankwamen, was ik onder de indruk van alle bloemen eromheen. Voor ik het wist was er veel tijd verstreken. Toen ik de vrouw ging zoeken, ontdekte ik dat ze mij had achtergelaten en had opgesloten in het huis.
Een man die ik nauwelijks kende, iemand die in de gemeenschap woonde en werkte, had die vrouw betaald om mij daarheen te lokken. Die man misbruikte mij wekenlang. Het doet nog steeds pijn om erover te praten, maar het is belangrijk om dit verhaal te vertellen omdat veel mensen hetzelfde geweld in stilte meemaken.
De man werkte voor de eigenaars van het huis. Toen ik hen ontmoette, vertelde ik dat ik daar tegen mijn wil verbleef en weg wilde. Maar ze geloofden mij niet. Naast het misbruik moest ik ook het huis van de eigenaars schoonmaken. Ik bleef tegen mezelf zeggen: ‘God zal mij helpen. God zal mij hier weghalen.’
Op een dag, na vijf maanden gevangenschap, kwam er een andere vrouw naar het huis. Ze was een buurvrouw die de tuinman had gevraagd bloemen te mogen plukken. Toen zij mij zag, merkte ze mijn opgezwollen ogen, mijn uitputting en mijn tranen op. Ze vroeg wat er gebeurd was en ik vertelde haar de waarheid.
Ze geloofde mij en zei dat God haar had gestuurd. Ze bedacht een plan. Ik moest doen alsof ik gewend was geraakt aan het leven daar en niet langer verdrietig was. Ik mocht niet huilen. En dat deed ik.
Na een tijd waarin ik deed alsof ik gelukkig was, vertelde ik de man dat ik mijn familie enkele dagen wilde bezoeken en daarna terug zou komen. Tot mijn verbazing liet hij mij gaan.
Ik ben nooit meer teruggekeerd naar het kasteel. God is wonderbaarlijk. Hij heeft mij gered.
Zwijgen lijkt enige optie
Jarenlang kon ik niet praten over wat mij was overkomen. Elke keer dat ik het probeerde, moest ik huilen. Ik droeg die pijn diep vanbinnen. Ik heb mijn misbruiker nooit aangegeven. Niemand zou mij geloven. En wanneer een vrouw niet wordt geloofd, lijkt zwijgen vaak de enige optie. Veel vrouwen doen geen aangifte van het geweld dat zij meemaken omdat zij weten dat politieagenten hen vaak de schuld geven in plaats van de daders.
Vele jaren later, toen ik ongeveer zestig jaar oud was, ontstond er een ernstig conflict in mijn gemeenschap. De autoriteiten wilden een vuilstortplaats aanleggen bij de bron van onze watervoorziening. Daardoor ontstond een strijd tussen de gemeenschap en de overheid. De spanningen liepen hoog op en kinderen uit onze gemeenschap verloren zelfs het leven.
In die periode kwam ASAPROSAR (een partner van IJM, red.) naar onze gemeenschap om ons te ondersteunen met voedselhulp en psychologische begeleiding. Zo kwam ik voor het eerst in contact met deze organisatie.
Dankzij de therapie kon ik voor het eerst openlijk spreken over het geweld dat ik zoveel jaren eerder had meegemaakt. Tijdens de begeleiding die ASAPROSAR bood, huilde ik veel, maar begon ik ook te genezen.
Las Comadres: samen herstellen
Samen met andere vrouwen die soortgelijke ervaringen hadden meegemaakt, vormden we een groep. We moesten een naam kiezen en zo werd Las Comadres geboren (een groep vrouwen die elkaar ondersteunt en begeleidt bij herstel van geweld en trauma, red). Daar leerde ik dingen die niemand mij ooit had geleerd: wat geweld werkelijk is, welke rechten ik heb en dat genezing in zichzelf een daad van moed is. Ik leerde dat hulp vragen geen zwakte is, maar een manier om te overleven.
Na verloop van tijd begonnen mensen uit de gemeenschap mij op te zoeken. Als er een probleem was met het water, kwamen ze naar Berta. Als een vrouw ergens mee worstelde, kwam ze naar Berta. Als een meisje iemand nodig had om mee te praten, sprak ze met mij.
De stap van Las Comadres naar de rol van juridisch facilitator gaf mij een instrument dat ik nooit eerder had gehad. Het voelde alsof God mij een nieuw hulpmiddel gaf om anderen te kunnen helpen.
Als juridisch facilitators leren we stap voor stap de wet kennen. We leren dat er wetten bestaan die kinderen beschermen. Ik heb geleerd dat ik bij seksueel misbruik van kinderen de politie moet waarschuwen of naar het Openbaar Ministerie moet gaan.
Sommige slachtoffers zijn gaan geloven dat zij verantwoordelijk zijn voor wat hen is overkomen. Daarom weet ik dat ik mensen moet helpen begrijpen dat zij aangifte moeten doen. Mensen komen naar mij met allerlei problemen. Ik geef advies en wijs hen de weg naar de juiste hulp. Nu kan ik zeggen: ‘Maak je geen zorgen. Ik zal je helpen.’ En wanneer een zaak mijn mogelijkheden te boven gaat, leg ik die voor aan de rechter.
De trainingen die IJM via ASAPROSAR heeft verzorgd, evenals de opleidingen van onze lokale rechter, zijn voor mij van onschatbare waarde geweest. Dankzij die kennis weet ik hoe ik mensen kan helpen.
IJM, ASAPROSAR en de rechter werken nauw samen. IJM bereidt de weg voor en ASAPROSAR voert het werk uit. Zonder IJM zou veel van deze training niet mogelijk zijn.
Toekomstdromen
Nu ik ouder word, is mijn droom eenvoudig: dat mijn kinderen dichtbij blijven, dat onze familie hecht blijft en dat God mij nog genoeg jaren schenkt om mijn kleinkinderen te zien opgroeien.
Maar ik droom ook voor mijn gemeenschap. Ik droom van een gemeenschapscentrum in El Amatillo waar vrouwen en kinderen vaardigheden kunnen leren, kunnen studeren en zelfstandig kunnen worden.
Ik weet hoe het voelt om op te groeien zonder bescherming en zonder dat iemand je gelooft. Ik heb dat zelf meegemaakt. En ik wil niet dat de kinderen in mijn gemeenschap hetzelfde moeten doorstaan.
Daarom ben ik juridisch facilitator. Omdat een vrouw of een kind dat geweld meemaakt iemand nodig heeft die luistert, die hen gelooft en die hen begeleidt totdat zij veilig zijn.
Aan iedereen die doneert en achter dit werk staat, wil ik één ding zeggen: ‘Jullie gift maakt echt verschil. Niets gaat verloren. De middelen die jullie geven bereiken de mensen die ze het hardst nodig hebben, mensen zoals ik, en hele gemeenschappen die streven naar een leven zonder geweld.’”
