Autoriteiten in Zuid-Azië hebben onlangs 34 kinderen bevrijd uit een aardewerkfabriek. Met valse schulden had de eigenaar families gedwongen hun kinderen af te staan voor zware handarbeid.
De kinderen maakten werkdagen van twaalf uur. Ze moesten klei bewerken, potten boetseren, deze bakken in ovens, verven en vervolgens laden voor transport. In ruil daarvoor kregen zij ‘betaling’ in de vorm van eten en een klein geldbedrag per duizend potten. Sommige kinderen werden er een jaar uitgebuit, anderen al wel zes jaar.
De jongens hadden nauwelijks controle over hun dagelijks leven. Ze werkten van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en sliepen op de grond of op een constructie van bamboe, zonder fatsoenlijke bedden of toiletten. Ze baadden zich in nabijgelegen vijvers en aten eenvoudige gezamenlijke maaltijden. De jongens mochten uitsluitend naar huis tijdens religieuze feestdagen - en zelfs dan gebruikte de fabriekseigenaar de valse schulden van hun families om ervoor te zorgen dat de jongens altijd terugkeerden.
IJM kreeg een melding van de kinderuitbuiting van de fabriek en sloeg alarm bij de lokale autoriteiten. Die begonnen een bevrijdingsoperatie voor te bereiden, die op 25 februari werd uitgevoerd. IJM en hun NGO-partner gaven daarbij ondersteuning.
Toen de jongens eenmaal veilig waren, kregen ze voedzame maaltijden en medische controles. Ze werden overgebracht naar een opvanghuis, waar ze veilig waren en konden herstellen.
De autoriteiten klaagden de fabriekseigenaar aan vanwege gebonden arbeid, kinderarbeid en strafbare feiten tegen etnische minderheden. Ook werken ze aan kwijtschelding van de valse schulden en veilige terugkeer van de kinderen naar hun families.