Het IJM-team in de regio zag tijdens deze uitzonderlijke maand twee belangrijke veranderingen in het optreden van de overheid. Ten eerste werden de meeste zaken volledig door de overheid geleid, waarbij slechts beperkte ondersteuning nodig was van de lokale partners van IJM. Dit laat zien dat de overheid meer verantwoordelijkheid neemt in de strijd tegen schuldslavernij. Ten tweede zagen ze een groeiende inzet om mensen niet alleen te bevrijden, maar ook hun waardigheid te herstellen door middel van trauma-sensitieve zorg en langdurige hulp voor re-integratie.
Deze ontwikkelingen wijzen op aanzienlijke vooruitgang in het leiderschap van de overheid bij de bestrijding van schuldslavernij. Een medewerker van IJM verwoordde het zo: “Het leiderschap dat de overheid hier toont, laat zien dat zelfs de meest diepgewortelde systemen van uitbuiting kunnen worden doorbroken wanneer je je richt op samenwerking en het ter verantwoording roepen van uitbuiters.”
Uitzonderlijke uitbuiting
Bij al deze bevrijdingen in mei speelden ernstige vormen van geweld en misbruik. De bevrijde mensen vertelden over chronische honger, gebrek aan rust, onveilige sanitaire voorzieningen en zware mishandeling. Vrouwen moesten bevallen op hun werkplek zonder medische zorg. Kinderen werden van school gehaald en gedwongen te werken, waardoor hun fundamentele rechten op bescherming, onderwijs en ontwikkeling werden geschonden.
Een overheidsfunctionaris vertelde: “We hebben eerder veel steenbakkerijen geïnspecteerd en arbeidskrachten bevrijd, maar de omstandigheden hier waren uitzonderlijk ernstig. Kinderen vertelden dat ze nog nooit idli hadden gegeten, een van de meest gangbare basisgerechten in dit gebied in Zuid-Azië. Baby’s werden ter plaatse geboren en iemand die door een slang was gebeten, werd behandeld met lokale huismiddelen.”
Verkiezingsperiodes leiden er vaak toe dat reguliere overheidsactiviteiten maandenlang worden vertraagd. IJM zag echter dat functionarissen in meerdere districten deze keer verkiezingen niet gebruikten als reden om interventies tegen schuldslavernij uit te stellen. Zij gaven prioriteit aan het bevrijden van gezinnen die in schrijnende omstandigheden leefden en toonden daarmee empathie, urgentiebesef en betrokkenheid.
De bevrijdingen in mei lieten daarnaast zien hoe sterk de capaciteit van IJM’s lokale partners is gegroeid. Zij namen met vertrouwen een leidende rol op zich en ondersteunden de autoriteiten in elke fase van het proces, van bevrijding tot vervolging.
Van alle bevrijdingsacties in deze periode sprong één zaak eruit als voorbeeld van hoe een goed functionerend rechtssysteem herstel kan brengen. Op 7 mei voerden de autoriteiten in een district in Zuid-Azië een bevrijdingsactie uit waarbij 51 mensen, onder wie 28 kinderen, werden bevrijd uit een steenbakkerij waar verschillende gezinnen al meer dan zes jaar vastzaten.
De operatie werd geleid door medewerkers van de lokale overheid en politie, in samenwerking met lokale partners van IJM. Nadat op 27 april een verzoekschrift was ingediend, werd de zaak snel en zorgvuldig behandeld - met grote aandacht voor de mensen die bevrijd waren. Nadat de uitbuiting was vastgesteld, gaven functionarissen binnen enkele uren opdracht tot arrestaties en werd een First Information Report opgesteld om dezelfde dag nog een strafzaak te starten. Daarmee maakten zij duidelijk dat uitbuiting niet wordt getolereerd.
Vervolgens werden de bevrijde mensen direct naar een veilige locatie gebracht, ontvingen zij medische zorg, voedsel en crisisopvang, en kregen zij binnen 24 uur officiële vrijlatingscertificaten die hun vrijheid bevestigden. Ook werden snel bankrekeningen geopend zodat de arbeiders toegang konden krijgen tot re-integratievoorzieningen. Daarnaast kregen zij ondersteuning bij het aanvragen van identiteitsdocumenten.
De autoriteiten deden bovendien extra inspanningen om de waardigheid van de survivors te herstellen. Zij zorgden voor schone kleding, voedzame maaltijden, gezondheidscontroles, activiteiten voor kinderen en zelfs gratis knipbeurten. Een van de mensen vertelde verheugd: “We hebben nog nooit curry gegeten. Sinds we hier zijn, heeft de overheid ons melk, thee, rijst, curry, yoghurt en allerlei andere soorten voedsel gegeven.”
Dit was meer dan alleen het naleven van procedures; het was een voorbeeld van mensgericht bestuur dat inspeelt op de behoeften van mensen na jaren van uitbuiting. Voor gezinnen die jarenlang zonder voldoende voedsel, gezondheidszorg of vrijheid hadden geleefd, betekende deze interventie meer dan alleen een bevrijdingsactie. Het liet zien hoe een rechtssysteem kan functioneren zoals het bedoeld is: door rechten, waardigheid identiteit en hoop in één gecoördineerde aanpak te herstellen.