De filmvertoning en het rondetafelgesprek vinden plaats op initiatief van Mirjam Bikker (ChristenUnie), Tijs van den Brink (CDA) en Diederik Boomsma (JA21). Zij waren op 20 januari aanwezig bij de première van ‘Streaming Hell’ in Amsterdam. “We waren zeer onder de indruk,” vertelt Van den Brink. Bikker vult aan: “Het is goed dat de Kamer vandaag niet wegkijkt, maar de pijnlijke waarheid onder ogen ziet en kijkt wat we allemaal beter kunnen doen.”
Tijdens de vertoning van de documentaire, die werd gemaakt door Nachtzon Media en IJM, is het helemaal stil in de filmzaal van de Tweede Kamer. De parlementariërs horen onder andere deze indringende oproep van Maranatha Praise Ladringan, advocaat voor IJM de Filipijnen: “De wereld moet zien dat dit echte levens zijn die worden beïnvloed door onze keuzes. Onze beslissingen – niet alleen die van daders aan de vraagzijde, maar ook van bedrijven, technologiebedrijven en financiële instellingen – hebben invloed op hoe deze kinderen worden uitgebuit en geschaad. Niets doen is óók iets doen.”
Die boodschap zet de toon voor het rondetafelgesprek dat volgt, waarbij experts van International Justice Mission, het Openbaar Ministerie, de Nederlandse politie en de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) aanschuiven.
Jasmijn Kuisch, advocacy-medewerker bij IJM Nederland, maakt duidelijk over wat voor pijnlijke realiteit het gaat. “Cassie was 12 jaar oud toen ze voor een webcam werd gezet om live, op aanvraag, seksuele handelingen uit te voeren; ‘shows’ werden het genoemd. Maarko was 7 jaar oud toen hij zijn jongere zusje moest halen, omdat de kijker aan de andere kant van de wereld nog niet genoeg had gezien. Aaron was 2 jaar oud toen hij, op aanvraag van voornamelijk westerse mannen, seksueel werd misbruikt. Bij alle drie werd er live meegekeken terwijl zij een enorm trauma opliepen. Dit alles kostte de ‘kijker’ omgerekend zo’n 25 euro.”
Linda van den Oever, officier van justitie, noemt het ‘intens schrijnend dat deze kinderen in hun eigen veilige omgeving zo ontzettend hard en schandelijk misbruikt worden’. “Dit is zo heftig dat je misschien liever je vingers in de oren stopt. Niemand wil weten dat kinderen zo misbruikt worden. Maar we mogen niet wegkijken. Het zijn immers onze mannen die dit doen.”
Tijdens het gesprek wordt duidelijk hoe lastig het is om de kans op aanhouding van Nederlandse daders te vergroten. Dat komt allereerst doordat het misbruik vaak live wordt uitgezonden via platforms als Facebook en Skype. Zodra de stream stopt, verdwijnt ook het bewijsmateriaal. Daarnaast worden er lang niet altijd aangiftes gedaan. Politie en Openbaar Ministerie zijn daardoor aangewezen op meldingen of losse signalen.
Volgens Linda van den Oever zou het OM meer mogelijkheden moeten hebben om op te treden bij signalen van misbruik van buitenlandse kinderen. “Bij dreigend terrorisme kun je op grond van aanwijzingen al in actie komen, omdat het direct grote groepen mensen in gevaar brengt. Zou je dat ook niet moeten doen met misbruik? Want je wil niet het risico lopen dat een kind, waar dan ook ter wereld, misbruikt wordt.”
Carolien Monster en Jan van der Helm, beiden werkzaam bij het Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven Politie, benadrukken hoe belangrijk internationale samenwerking is. “Sinds 2020 werkt de Nederlandse politie in het Philippine Internet Crimes Against Children Center (PICACC) samen met onder andere de Filipijnse politie en IJM. Internationale samenwerking is heel hard nodig om daders in beeld te krijgen. Maar in 2027 houdt de financiering van PICACC op te bestaan.” Ze doen daarom dringend een beroep op de aanwezige Kamerleden van ChristenUnie, JA21, CDA, SGP, VVD en GroenLinks-PvdA om de financiering te verlengen.
Arda Gerksens, bestuursvoorzitter bij de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal, wijst op de grote verantwoordelijkheden van techbedrijven. “Zij kunnen nog veel meer doen, ook binnen de bestaande wetgeving. Met metadata kunnen ze patronen herkennen en ontdekken. Maar als er geen publieke aandacht is of geen druk, dan zullen zij niet zo snel de noodzaak voelen.”
Ook Van den Brink (CDA) wil de techbedrijven aanpakken en aanspreken, aangezien het misbruik op hun platforms plaatsvindt. “Zij zijn niet het kwaad, maar hosten het kwaad wel. Dat moet stoppen. Zij willen zo ook niet bekendstaan; dan moet je ook je verantwoordelijkheid nemen om op te treden.”
Bikker (ChristenUnie) stelt dat er meer nodig is dan het opsporen van de daders: “Er is een breed debat nodig. Niet alleen over het streamen, maar ook over de verantwoordelijkheid van platforms, hostingbedrijven en datacenters. Dat Nederland wereldwijd een van de grootste hostlanden is voor materiaal van seksueel kindermisbruik, is onacceptabel en beschamend. Bedrijven die direct of indirect verdienen aan de infrastructuur waarop dit materiaal wordt verspreid, moeten nadrukkelijker verantwoordelijk worden gehouden.”
Deze gruwelijke misdaden vragen om krachtdadig optreden en concrete maatregelen; daarover zijn alle aanwezige Kamerleden het eens. De volgende stap is een schriftelijk overleg, waarbij Kamerleden minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) via een brief vragen stellen.
Jasmijn Kuisch van IJM is heel blij met deze uitkomst. Zij hoopt dat deze vervolgstappen zullen bijdragen aan de bescherming van kinderen tegen online misbruik. “Ook bij het worden van koploper in de digitale wereld moeten de veiligheid en rechten van het kind geprioriteerd worden. Laat de belangen van het kind daarom bepalend zijn bij het ontwikkelen van wet- en regelgeving.”