Voor Jasmijn is het een ongelooflijk verhaal van hoop: het verhaal van Cassie, survivor van online seksueel misbruik. Als meisje werd Cassie jarenlang misbruikt voor livestreams, tot IJM en de lokale autoriteiten haar vonden en in veiligheid brachten. Er volgden jaren van intensieve traumahulp.
Een jaar geleden ontmoette Jasmijn haar. Cassie sprak in ons land op IJM’s leiderschapsevent en gaf diverse interviews. ‘Cassie straalde zoveel vreugde en kracht uit,’ herinnert Jasmijn zich. ‘Ik kon me bijna niet voorstellen dat zij een van die duizenden kinderen is die online misbruik had meegemaakt.’
Jasmijn ging mee naar Cassies spreekbeurten en interviews en vertaalde haar woorden. ‘Omdat ik vertaalde, vertelde ik haar verhaal vanuit de ik-persoon. Terwijl ik Cassies woorden uitsprak, kwam haar verhaal ineens extra binnen. Ik realiseerde mij: die verschrikkelijke dingen waarover je vertelt, die heb jij echt meegemaakt… en toch sta je hier. Er is dus een uitweg. Er is hoop.’
Ook deed ze een verrassende ontdekking: zij en Cassie hadden best wat overeenkomsten. ‘Zij is even oud als ik. En we deelden dezelfde hobby’s, zoals dansen. Om tijd te overbruggen tussen haar spreekmomenten leerde zij mij dansjes aan. Dat waren echt leuke ontspannen momenten. Zo normaal dat je even vergeet dat onze levens er totaal anders uit hebben gezien.’
Die ontmoeting met Cassie inspireert Jasmijn dagelijks. Als medewerker advocacy bij IJM Nederland zoekt ze contact met politici, beleidsmakers en bedrijven. Met één doel: voorkomen dat kinderen moeten meemaken wat Cassie heeft doorstaan.
‘Het is bijna onvoorstelbaar hoe groot het probleem van online kindermisbruik is,’ zegt Jasmijn. ‘Alleen in de Filipijnen gaat het naar schatting om een half miljoen kinderen per jaar. Cassie maakt voor mij heel concreet zichtbaar wat het probleem is, maar ook dat er hoop is.’
IJM werkt in de Filipijnen tegen online kindermisbruik. Waarom pak jij deze misdaad vanuit Nederland aan?
‘Mijn collega’s in de Filipijnen zorgen dat kinderen worden bevrijd en daders vervolgd. Het is fantastisch dat ze dat doen, maar de reden dat dat nodig is, is dat er van deze kant vraag is naar kindermisbruik. Nederlanders regisseren dit misbruik op grote schaal en betalen ervoor. De bron ligt hier. Mijn Filipijnse collega Atty Noel zegt letterlijk: “Als jullie niks doen, dan kunnen wij ons werk wel doen, maar dan houdt het nooit op.” Zijn boodschap is: alsjeblieft Nederland, doe iets.
Online platformen en financiële dienstverleners worden gebruikt voor dit misbruik. Dat maakt dat techbedrijven en banken verantwoordelijkheid moeten nemen voor de aanpak ervan. Tegen bijvoorbeeld roken, gokken en alcoholgebruik onderneemt de overheid actie, omdat het wordt gezien als schadelijk voor de samenleving. Online kindermisbruik is minder zichtbaar, maar de schade voor kinderen is onvoorstelbaar groot.’
En volgens jou kunnen Nederlandse politici daar iets tegen doen?
‘Ja, dat kunnen ze niet alleen, ze moeten dat doen. Het is hun verantwoordelijkheid. Nu focussen we vooral op dat kinderen veilig zijn, op mediawijsheid en leeftijdsverificatie. Dat is ontzettend belangrijk, maar bij deze misdaad zien we dat geen enkel kind zelf een laptop of telefoon in handen heeft. In gesprekken over maatregelen houd ik vaak Cassie in gedachten. Had zij iets gehad aan bijvoorbeeld leeftijdsverificatie? Nee, want zij werd door anderen voor de camera gezet.
Deze misdaad kun je wel oplossen door iets als safety by design: techniek die ervoor zorgt dat foto’s en video’s met kindermisbruik automatisch geblokkeerd worden. Telefoons moeten veilig ontworpen worden, zodat ze niet langer kinderlevens kunnen verwoesten. Die techniek bestaat al, maar moet worden toegepast en wettelijk verplicht worden.’

Wat is een misverstand waar je heel vaak tegenaan loopt in gesprekken met bijvoorbeeld politici of bedrijven?
‘Het is een misvatting dat online kindermisbruik alleen in donkere achterkamertjes van het internet plaatsvindt. Het misbruik gebeurt gewoon via bekende kanalen als WhatsApp en Facebook Messenger. In vier muisklikken zijn mensen al bij beelden van kindermisbruik.
‘Mensen kunnen zich minder voorstellen bij online misbruik dan fysiek misbruik in Nederland. Maar het gaat om fysiek seksueel geweld, geregisseerd door Nederlanders. In de documentaire Streaming Hell komt een Nederlandse dader aan het woord. Hij zegt dat hij niet wist dat het illegaal was en dat het ging om kinderen ver weg. Hij zei: “Bij mijn buurmeisje had ik dit nooit gedaan.” Dat is veelzeggend.
Als misbruik van Nederlandse kinderen aan het licht komt, lijken mensen bereid om de dader te stenigen. Maar als blijkt dat een half miljoen Filipijnse kinderen misbruikt worden en Nederland hier een belangrijke rol speelt, dan lijkt de reactie niet verder te komen dan: moeilijk, lastig, het is een ingewikkeld probleem om aan te pakken.’
Hoe verklaar je die dubbele moraal?
‘Ik geloof dat dat hem zit in het simpele woordje ‘online’. Online voelt nep, minder echt. Maar het gaat om echt misbruik in de echte wereld. Blijkbaar is het makkelijker om je te identificeren met een Nederlands kind dan met iemand aan de andere kant van de wereld.’
Het gaat om gruwelijke misdaden die op enorme schaal plaatsvinden. Hoe voorkom je dat het je lamslaat?
‘Nou, soms geeft het mij ook een verlamd gevoel. Ik heb ook wel momenten dat ik denk: joh, ik weet het ook niet meer. Maar wat mij heel erg helpt, is samenwerking met organisaties zoals het Openbaar Ministerie, de politie en ngo’s als Defence for Children, Free a Girl en Terre des Hommes. Telkens als ik deze mensen spreek, hoor ik weer nieuwe ideeën en denk ik: dit kunnen we ook nog proberen. En wij bij IJM zijn blijkbaar niet de enige in deze strijd.
Na zo’n ontmoeting denk ik: we zijn er nog lang niet, maar we hebben weer iets dat we kunnen proberen. Dat geeft hoop. Nu is Nederland een voorloper in het misbruiken van kinderen, maar we kunnen ook een voorloper worden in het beschermen van kinderen wereldwijd.’
Wat zie je als de belangrijkste belemmeringen om hier verandering in te brengen?
‘Voor échte verandering is moed nodig van bedrijven en politici. Dat lijkt te ontbreken. Moed om echt maatregelen te nemen die kinderen beschermen, zoals veilig ontworpen telefoons. We beseffen niet hoe erg en grootschalig deze misdaad is. Ik denk soms: wat als zo’n politicus of techbaas meegaat met ons naar een bevrijdingsoperatie? Als ze zien hoe Filipijnse kinderen – peuters en baby’s zelfs – worden bevrijd uit die nachtmerrie van online misbruik, dan zouden ze beseffen: we moeten in beweging komen.
Eerst dacht ik: dit is zo gruwelijk, wie zit te wachten op verhalen hierover? Maar we moeten het hierover hebben, omdat het realiteit is. Politici moeten moed tonen, maar ook wij, binnen onze eigen cirkel van invloed. Laat je stem horen, kijk niet weg, deel berichten op social media. Zo zorgen we ervoor dat deze misdaad bekendheid krijgt. Vele duizenden kinderen hebben te maken met gruwelijk seksueel geweld - letterlijk op dit moment. We kunnen niet wachten.’
Tekst: Gertjan de Jong
Foto: Jarno Colijn
Vragen over het advocacy werk van IJM? Neem dan contact op met Jasmijn Kuisch: [email protected].