Bij schuldslavernij gaat het vaak om een cyclus die jaren of zelfs generaties overstijgt. In dit geval raakte een jonge vader verstrikt in schulden die hij had geërfd van zijn vader. De familie kwam uit een arme, achtergestelde gemeenschap. De eigenaar van een baksteenfabriek, die zo’n 400 kilometer verderop lag, maakte misbruik van hun kwetsbaarheid.
Jaar na jaar haalde de eigenaar van de fabriek arme arbeiders binnen met aantrekkelijke ‘voorschotten’ van omgerekend ruim 300 euro. Die konden ze terugbetalen door zes tot zeven maanden voor hem te werken, zo beweerde hij. De lokale gemeenschap wist dat zijn werkplaats veel wanhopige arbeidsmigranten trok – al lag deze verborgen achter velden en rivieren, uit het zicht van de nabijgelegen stad.
De ‘voorschotten’ veranderden al snel in oplopende schulden, waarmee de eigenaar de arbeiders steeds vaster in zijn greep kreeg. De eigenaar voegde nieuwe schulden toe voor voedsel, huisvesting en ‘medische consultaties’ – hoewel de arbeiders nooit echte medische zorg ontvingen.
Het gezin werd gedwongen dagelijks duizenden zware kleistenen te maken, zelfs wanneer ze ziek waren. De oudste dochter kon niet naar school vanwege de enorme werkdruk. De aannemer bepaalde bovendien dat slechts één gezinslid tegelijk het terrein mocht verlaten, om te voorkomen dat het hele gezin zou proberen te ontsnappen.
Tijdens het ‘laagseizoen’ voor baksteenproductie mocht het gezin terugkeren naar hun woonplaats. Handlangers van de eigenaar hielden hen echter scherp in de gaten en bedreigden hen met geweld om zeker te weten dat ze zouden terugkeren naar de fabriek.
Voor de drie kinderen in dit gezin (12, 4 en 2 jaar oud) was deze cyclus van misbruik het enige leven dat ze ooit hadden gekend. Uiteindelijk zag de jonge vader een ontsnappingsmogelijkh. Toen hij IJM-medewerkers ontmoette op een lokale markt, vertelde hij over de jarenlange mishandeling die zijn gezin had doorstaan. Met aanmoediging van IJM diende hij een formele klacht in bij de District Legal Services Authority (DLSA), waarbij hij zijn duimafdruk als handtekening gebruikte.
Vanaf dat moment werkte de DLSA samen met de lokale ¬politie om de zaak te onderzoeken, het wanhopige gezin op 9 februari in veiligheid te brengen en onmiddellijk de juiste aanklachten in te dienen vanwege gedwongen schuldarbeid en onrechtmatige vrijheidsberoving. Door deze wetsbepalingen kreeg het gezin ook juridische bescherming, vrijlatingscertificaten (die hun valse schulden kwijtschelden) en ondersteuning om een nieuw leven op te bouwen. IJM heeft hard gewerkt om de veilige terugkeer van het gezin naar hun woonplaats te garanderen en zal hun verdere herstel blijven ondersteunen.
De jonge vader sprak zijn dank uit, maar deed ook een meelevende oproep om ook anderen te bevrijden: “Blijf alsjeblieft dit geweldige werk doen zodat ook andere gezinnen bevrijd kunnen worden. Het werk is niet klaar met mijn bevrijding. Er zitten daar nog veel andere arme families vast, en de omstandigheden voor hun kinderen zijn nog erger… Ik hoop dat ook die families worden bevrijd.”