Het verhaal van Lal Singh

woensdag 12 oktober 2016



Lal Singh zal nooit de harde woorden vergeten die hem in een bijna onbekende taal werden toegeschreeuwd: ‘Recht je rug! Dan kan ik je tenminste goed slaan!’

Deze woorden waren eens een verschrikkelijke herinnering aan zijn leven als slaaf, maar vandaag de dag vervagen ze meer en meer, dankzij het werk van Jan Sahas en IJM, die zijn familie en medeslachtoffers ondersteunen.

Een moeilijke beslissing
Alles waarmee Lal Singhs familie vertrouwd was, bevond zich hier in Khargone. Al generaties lang woonde zijn familie vlak bij dit kleine rivierstadje in Centraal-India. Lal was hier ook met zijn vrouw Sukhli Bai getrouwd en had twee zonen gekregen. Ze verlieten het stadje bijna nooit en hadden daar ook geen reden toe.
Maar in 2015 kreeg het stukje land, dat de Singh familie altijd van een inkomen had voorzien, met problemen te maken. ‘Het regende niet genoeg’, herinnert Lal Singh zich, ‘en we konden niets verbouwen op de strook land die we nog hadden, nadat mijn vader de rest jaren geleden had verpand’.

De kosten begonnen zich op te stapelen en het werd steeds moeilijker zijn gezin van eten te voorzien. De tijd brak aan dat besloten moest worden elders werk te gaan zoeken. Toen Lal Singh dit idee aan zijn familie voorstelde, besloten ze een risico te nemen en op verkenning uit te gaan.

‘Het was een moeilijke beslissing voor ons’, herinnert Sukhli Bai zich. ‘Om zomaar het huis achter je op slot te doen en met een paar spullen op weg te gaan, zonder te weten wanneer we zouden terugkeren.’

Toen eenmaal de beslissing was genomen, leende Lal Singh 1500 roepies (zo’n 20 euro) van een plaatselijke geldschieter om buskaartjes voor zijn gezin en enkele andere familieleden te kopen. ‘Een luxe bus’, zegt hij met een glimlach. Elf uur later arriveerden ze in de deelstaat
Maharashtra, waar een ander familielid hen aan werk zou helpen.

Lal Singh legde contact met een bouwaannemer, die hem werk aanbood in Solapur, een stadje een paar uur rijden naar het zuiden. De man betaalde Lal Singhs gezin een voorschot van 5000 roepies (zo’n 67 euro) en regelde vervoer per vrachtwagen, die nog dezelfde avond met enkele andere gezinnen zou vertrekken. Het leek erop dat alles op z’n pootjes terecht zou komen voor Lal Singh en zijn gezin.

‘Wat volgde was een nachtmerrie’
Lal Singh zag dat de vrachtwagen voor het ochtendgloren was aangekomen in Solapur en verzocht de bestuurder te stoppen, zodat hij en zijn gezin konden uitstappen. De bestuurder deed echter alsof hij doof was en bleef doorrijden, zelfs toen anderen zich begonnen te roeren. Uren gingen voorbij en bij het aanbreken van de middag schreeuwde en huilde iedereen inmiddels uit angst. Zelfs voor een toiletbezoek of het kopen van eten werd niet gestopt.

Lal Singh herinnert zich somber: ‘ik begreep dat er iets heel ernstig mis was.’

Aan het einde van de middag beseften ze dat ze de grens van een andere deelstaat hadden gepasseerd en naar een onbekende plek waren gebracht. Het enige dat ze in het donker konden zien waren suikerrietvelden.
‘Wat volgde was een nachtmerrie’, herinnert de 18-jarige Bablu zich, Lal Singh’s jongste zoon.
Toen de vrachtwagen eindelijk tot stilstand kwam, bracht een aantal onbekende mannen hen naar een veld en droeg hen op suikerriet te snijden. De mannen spraken een geheel andere taal, dus de families waren al snel volledig in de war.

Al snel werden de intenties duidelijk. Het geld, dat de families hadden gekregen, en hun telefoons werden afgepakt en ’s avonds werden de 15 mensen in een veeschuur opgesloten, waar geen woord mocht worden gewisseld. In de maanden die volgden, werden ze gedwongen met blote handen suikerriet te snijden, van ’s ochtends vier tot ’s avonds negen of tien uur. Elk gezin ontving slechts één kilo bloem om eten van te maken, zonder iets erbij. De vrouwen, van wie er één zwanger was, werden evenmin ontzien. Een ieder stond onder permanent toezicht. Ontsnappen – of zelfs maar de gedachte daaraan – was geen optie.

‘We begrepen niet wat er gebeurde’, legt Lal Singhs stille zoon Sunil uit, ‘en of het allemaal echt gebeurde’.

Zelfs Lan Singh, die van jongs af aan gewend was hard te werken, vond de omstandigheden onmenselijk.
‘Ik werkte al toen ik nog maar acht was. Ik moest de koeien van onze familie weiden. Al 35 jaar ben ik aan het werk’, vertelt hij met een afwezige blik, ‘maar ik kan me niet heugen dat ik ooit zo doodmoe in slaap ben gevallen zoals elke nacht in die veeschuur. En ik had niet eens echt honger’.
Zonder telefoon konden Lal Singh en de anderen niemand buiten de suikerrietplantage bereiken. Ze raakten het besef van tijd kwijt, omdat alles wat gebeurde één grote waas werd en een gevoel van wanhoop zich steeds meer meester van hen maakte. Velen dachten: ‘komen we hier ooit nog levend vandaan?’

Een wanhopige schreeuw om hulp
Een paar dagen later wist één van de gevangen arbeiders het terrein te verlaten en kwam enkele nomaden tegen die Hindi spraken en hem een mobiele telefoon lieten gebruiken. Sukli Bai’s broer Anil belde snel hun vader op om om hulp te smeken. Dit was hun eerste contact met de buitenwereld sinds ze op de suikerrietplantage vastzaten. Ze waren dolblij en voor het eerst leek er een sprankje hoop te gloren.

Sukhli’s vader, Sundar Lal, was in hun geboortedorp in het veld bij zijn stieren toen het paniektelefoontje binnenkwam. Razendsnel rende hij naar huis om hulp te zoeken. Onmiddellijk vertrok hij met zijn vrouw naar het dichtstbijzijnde stadje om aangifte bij de politie te doen.
‘Ik kende een aantal agenten redelijk goed, omdat zij altijd ons dorp passeren tijdens hun gebruikelijke patrouille’, zegt Sundar Lul zakelijk. ‘Op het bureau vroegen de agenten naar alle details die ik wist en ze verwezen me onmiddellijk door naar een organisatie genaamd Jan Sahas. Eén van de agenten gaf me hun nummer en liet me bellen.’


Over IJM’s partnerschapsmodel
IJM werkt sinds 2001 samen met plaatselijke autoriteiten om slaven te bevrijden en nazorg te bieden. In 2012 lanceerden we een nieuw project in Delhi om in het hele land samen te werken met gelijksoortige organisaties, expertise uit te wisselen en het succes van de aanpak van arbeidsslavernij uit te breiden en de capaciteit van de overheid te vergroten.
Jan Sahas en IJM gingen in 2015 een partnerschap aan, na jaren succesvol werk onder kwetsbare dalit gemeenschappen in Centraal-India. Medewerkers van IJM hebben Jan Sahas getraind in het uitvoeren van reddingsoperaties, verlenen van nazorg en het aangaan van samenwerking met de autoriteiten. Gezamenlijk hebben we al verschillende reddingsoperaties uitgevoerd om mensen zoals Lal Singh uit slavernij te bevrijden.


Het geweld neemt toe
Op de plantage deed Lal Singh ondertussen zijn best meer informatie in te winnen om door te kunnen geven aan zijn schoonvader. Hij verzamelde de moed om één van de bewakers te vragen wat de naam van het dichtstbijzijnde stadje was, maar diens antwoord bestond uit bedreigingen en beschimpingen. Toen hij het nogmaals probeerde, werden de bedreigingen ernstiger en de angst binnen de hele groep arbeiders groeide.

Een paar dagen later mondden de bedreigingen uit in fysiek geweld. Verschillende mannen kwamen ’s avonds de schuur binnen en begonnen de arbeiders te slaan. Lal Singh, Anil en Sunil werden ernstig mishandeld, maar de volgende ochtend werden ze gewoon om vier uur gewekt en aan het werk gezet.

‘De vrouwen werden ontzettend bang toen de mannen ons in elkaar sloegen, vertelt Anil, wiens vrouw op dat moment zwanger was. ‘Ik ben blij dat ze de vrouwen met rust lieten.’

Hun situatie was zeer gevaarlijk geworden en ertussenuit knijpen werd steeds riskanter. Lal Singh en de anderen hadden echter geen keus. Ze bleven paniekerige telefoontjes plegen naar hun familie, wanhopig om te ontkomen aan het leven als slaaf.

Eindelijk komt er hulp
Gelukkig voor de arbeiders hadden de teams van Jan Sahas en IJM de handen ineengeslagen om hen te bevrijden. Terwijl Jan Sahas informatie verzamelde over het misbruik, werd in samenwerking met de lokale politie de exacte locatie van de suikerrietplantage vastgesteld en een reddingsoperatie op touw gezet om Lal Singh en de anderen te bevrijden.

 

‘Ik hield mijn kinderen heel dicht bij me. Als we zouden sterven, dan sterven we samen, dacht ik.’

 


Lal Singh herinnert zich de benauwde dagen, waarin hij en zijn gezin uitzagen naar de komst van hun bevrijders.

‘We wisten dat we bevrijd zouden gaan worden, maar niet precies wanneer. We droegen elke dag twee tot drie keer verschillende kleren, om goed voorbereid te zijn’, vertelt hij, ‘maar op de dag van de bevrijding hadden we net onze oudste, versleten kleren aan. Alle andere hadden we net gewassen.’

Op 18 januari 2016 arriveerde het team van Jan Sahas en IJM Bangalore met de lokale politie en Sukhli’s vader Sunder. Anil herinnert zich: ‘Ik zag mijn vader in de groep mensen die met de politie aankwam en toen wist ik dat we veilig waren.’

Toen de eigenaren de voertuigen bij het veld zagen stoppen, schreeuwden ze dat ze door moesten blijven werken. De politie begon de namen van de arbeiders echter één voor één op te noemen en verzocht hen, zonder bang te hoeven zijn, uit het veld te komen.
Lal Singh riep vlug zijn gezin bij elkaar en stapte de politieauto’s in. Vijftien arbeiders werden bevrijd en naar het politiebureau gebracht om verhaal te doen van het misbruik dat ze drie maanden lang in slavernij hadden ondergaan. Buiten het bureau had de eigenaar van de suikerrietplantage een groep woedende mannen verzameld om de arbeiders te bedreigen en angst aan te jagen, maar de gezinnen waren, ondanks hun angst, vastbesloten om te getuigen van de waarheid.

Lal Singh herinnert zich: ‘Ik hield mijn kinderen heel dicht bij me. Als we zouden sterven, dan sterven we samen, dacht ik.’

De politie dreef de herrieschoppers in het nauw en beschermde de arbeiders, terwijl een ambtenaar aan negen volwassenen (de jongste kinderen hadden niet hoeven werken), die gedwongen arbeid op de plantage hadden verricht, vrijheidscertificaten uitdeelde. Deze certificaten schelden de gezinnen formeel elke fictieve schuld kwijt, waarmee ze in de val waren gelopen. Daarnaast geeft het de gezinnen op de lange termijn recht op steun van de overheid.
‘Ik had me negen dagen niet gewassen toen ze een foto van me namen voor dat vrijheidscertificaat’, zegt Lal Singh, die er nu om kan lachen.

Na de reddingsoperatie arresteerden de autoriteiten de mensenhandelaar die Lal Singh en de andere families in de val had gelokt. Hij zit inmiddels in de gevangenis en verzoeken om op borgtocht vrij te worden gelaten zijn geweigerd. De eigenaar van de suikerrietplantage ging er na de reddingsoperatie vandoor, maar de autoriteiten zijn naar hem op zoek.

Een nieuw begin
Na de reddingsoperatie, vergezelden medewerkers van Jan Sahas de families per trein terug naar hun huis in Khargone, maar niet voordat hen medische zorg was verleend en in enkele andere behoeften was voorzien. De komende jaren zal Jan Sahas de gezinnen blijven ondersteunen door hen maandelijks te bezoeken, telefonisch contact te houden en de zorg te verlenen die nodig is voor hun herstel. 

‘Er waren geen spullen en er was geen eten toen we thuiskwamen, maar we waren thuis. En dat was het allerbelangrijkste’, vertelt Sukhli Bai.
De slachtoffers kregen door de overheid elk 17.000 roepies (zo’n 230 euro) uitgekeerd voor rehabilitatiedoeleinden. Doordat Jan Sahas er bovenop zat, kregen ze het geld veel sneller dan gebruikelijk is. Inmiddels zijn ze begonnen een nieuw leven op te bouwen.
Lal Singh en zijn zonen hebben het land teruggekocht dat hun vader jaren geleden had verpand en verbouwen er nu gewassen op. Voor het onderhoud van het gezin hebben ze ook een motorfiets en twee koeien gekocht.


Om een nieuw en stevig huis te bouwen hebben ze zich ten slotte aangemeld voor een programma van de overheid.

‘Mijn droom is om dicht bij ons land een put te graven, zodat mijn zonen altijd water hebben om gewassen te verbouwen’, zegt Lal Singh met een brede glimlach, terwijl hij zijn vrouw aankijkt die knikkend toestemt.
‘We doen er alles aan om aan het werk te blijven’, zegt hij, ‘en een nieuw leven op te bouwen’.


Help mee een land te veranderen en voor eens en voor altijd een eind aan slavernij te maken!

Realisatie: WebNL | Copyright 2017 | International Justice Mission Nederland | Privacy verklaring | Algemene voorwaarden