Het verhaal van Agbenyo

vrijdag 9 oktober 2015

Agbenyo houdt van voetbal

Met een ander bevrijd jongetje

LAKE VOLTA - GHANA - Agbenyo* is een slimme, serieuze jongen van 15 uit Ghana. Voor het eerst van zijn leven gaat hij dit najaar naar school.

Tot maart dit jaar, werd Agbenyo gedwongen negentien uur per dag te werken op Lake Volta, een groot meer in Ghana, waar duizenden jonge jongens worden verhandeld en als slaaf ingezet in de visindustrie.

Onlangs waren medewerkers van IJM getuige van de reünie van Agbenyo en zijn grootouders.

Misleid
Agbenyo’s jonge leven kenmerkt zich door grote problemen. Zijn moeder liet hem als jong ventje achter bij zijn grootouders. Daar hielp hij bij het werk op de kleine boerderij. Ondanks hun armoede, waren zij een hechte familie.

Totdat zijn opa bij een ongeluk gewond raakte. Een familielid stelde hen voor aan een man die aanbood voor Agbenyo te zorgen. Omdat ze de man door een familielid hadden leren kennen, vertrouwden zij hem. Zij hadden echter geen idee wat er met hun kleinzoon zou gaan gebeuren.

Agbenyo kan zich nu nog goed herinneren dat de man vertelde dat hij voor hem op het grote meer moest gaan werken. Hij kwam vast te zitten op een boot. Geen school. Geen medicijnen. De volgende dag begon hij met vissen.

 

'Agbenyo zag dat andere jongens door hun werk verdronken'


Agbenyo werd meegenomen naar Lake Volta, het grootste waterbekken ter wereld. Op de bodem van het meer is dichte begroeiing, waardoor visnetten vaak vast komen te zitten. Een van Agbenyo’s nieuwe taken was het modderige water in te duiken om de netten los te maken. Aan medewerkers van IJM liet hij de littekens zien van de wonden die hij tijdens het vissen had opgelopen.

Toen hem werd gevraagd hoe het was om in het donker te moeten werken, zei Agbenyo: “Het was heel erg eng. Het kon hard waaien. Het was levensgevaarlijk.” Agbenyo zag dat andere jongens door hun werk verdronken. Beelden die hem tijdens zijn slaap nog achtervolgen.

 

Negentien uur werken
Negentien uur werken per dag werd een routine voor Agbenyo. Van maandag tot vrijdag roeide hij om in 1 uur ’s nachts in het donker weg om de netten uit te zetten. Om 6 uur ‘s ochtends keerde hij vervolgens terug om de vissen op te halen en naar de markt te brengen. Daar moest hij de vissen tot in de middag verkopen. Vervolgens moest hij terug het meer op om opnieuw netten uit te zetten. Rond 8 uur ’s avonds kon hij eindelijk gaan slapen, om een paar uur later weer aan het werk te gaan.

De eigenaar van de boot bleef de grootouders van Agbenyo af en toe bezoeken. Hij bracht hen wat kleding en andere spulletjes om hun vertrouwen te winnen. Zij wilden dat hun kleinzoon naar huis kwam, maar de man bleef de thuiskomst van de jongen maar uitstellen. Na lange tijd had de opa van Agbenyo genoeg gespaard om naar het vissersdorp te gaan om de jongen op te halen. Maar de booteigenaar weigerde de jongen te laten gaan.


Binnen een week haalde een boot, bemand door leden van de Ghanese anti-mensenhandel unit en medewerkers van IJM de houten boot waarop Agbenyo werkte binnen. Ze brachten Agbenyo in veiligheid. Agbenyo was ervan overtuigd dat zijn redding verband hield met het bezoek van zijn opa aan het vissersdorp.


Tijdens de reddingsoperatie werd hij samen met andere jongens bevrijd. Onmiddellijk kregen zij te eten, kleding en medische zorg. Nadat de jongens aan de politie hun getuigenverklaringen hadden afgelegd, werden zij naar een nazorgtehuis gebracht dat wordt gerund door een partner van IJM.

In het nazorgtehuis kreeg Agbenyo de kans voor het eerst van zijn leven lessen te volgen. Hij leerde snel schrijven en lezen. Ook genoot hij ervan te dansen en te voetballen met de andere jongens.

Maar Agbenyo wilde terugkeren naar zijn opa en oma. Hij begreep niet dat hij in het tehuis moest blijven. De maatschappelijk werker van IJM legde hem uit dat ze uitzochten waar zijn grootouders woonden. Hij moest nog even geduld hebben. Omdat de booteigenaren vaak doen alsof zij familie zijn van de jonge slachtoffers, vraagt het veel werk om de identiteit van familieleden te achterhalen.


Lachen
Toen IJM de grootouders van Agbenyo had gevonden, lieten zij hem een foto van hen zien om te zien of ze echt zijn opa en oma waren. Zijn grote glimlach zei genoeg. De dag dat hij op een locatie van overheid hen zou ontmoeten, naderde snel. Zijn opa kon de reis omwille van zijn slechte gezondheid echter niet maken, maar zijn oma wel. De twee zaten bij elkaar toen het nodige papierwerk werd afgerond.


“Agbenyo en zijn oma waren zo blij,” vertelt Anita Budu, maatschappelijk werker van IJM. “Ze bleven maar lachen samen.”

Agbenyo woont inmiddels weer bij zijn grootouders en is enthousiast dat hij voor het eerst echt naar school kan. IJM zal contact met hen blijven houden om er zorg voor te dragen dat hij gezond en vrij blijft. Een oom heeft aangeboden assistentie te verlenen en Agbenyo onderdak te bieden. Zijn opa is dankbaar voor de hulp, maar wil dat Agbenyo bij hem blijft wonen, zodat hij er zeker van is dat hij veilig is. Aan de maatschappelijk werker van IJM zei hij: “ Dit heb ik van jou geleerd.”




*Omwille van zijn privacy is dit niet zijn eigen naam.

Realisatie: WebNL | Copyright 2017 | International Justice Mission Nederland | Privacy verklaring | Algemene voorwaarden